Dit is een instrument van Stimular

Bouwmaterialen

Minder materiaal

De bouw gebruikt veel (eindige) grondstoffen. Het gebruik van minder materiaal is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor uw portemonnee.

Bouw compact.

Een voordeel van compact bouwen is naast minder materiaalgebruik ook lagere stookkosten. Situeer bijvoorbeeld een kantoor en een kantine niet apart in een onverwarmde hal, maar plaats de ruimtes boven elkaar.

Kies voor een niet-massief bouwskelet.

Stenige bouwskeletten zijn zwaar. Voor hout- of staalskeletbouw en holle elementen (bijvoorbeeld kanaalplaatvloeren) wordt veel minder materiaal. Bijkomende voordelen zijn de lichtere fundering, een droger gebouw en een kortere bouwtijd dan bij een gemetseld of betonnen gebouw.

Gebruik voor de inbouw minder of lichter materiaal.

Voorbeelden:

  • Ga na of alle muren een functie hebben of vervangen kunnen worden door kastenwanden.
  • Overweeg deuren van kamers weg te laten als ze in de praktijk altijd open staan en geen brandwerende functie hebben.
  • Gebruik als binnendeur hardboard met een honingraatvulling van karton.

Pas geprefabriceerde producten toe.

Prefab/ industrieel bouwen levert een materiaalbesparing tot wel 10% op ten opzichte van ‘ter plekke’ bouwen. Bij houtskelet- en staalbouw is prefabricage vrij gewoon.

Stem de maatvoering van het bouwplan af op handelsmaten.

Afgestemde maatvoering vermindert de hoeveelheid afval en spaart arbeid om bouwproducten op maat te maken.

Hergebruik

Hergebruik beperkt het gebruik van primaire grondstoffen. U kunt veel producten en materialen hergebruiken. Dit is vaak ook goedkoper. U kunt er ook al rekening mee houden dat uw gebouw ooit gerenoveerd en/of gesloopt wordt.

Zet gebruikte producten in.

Gebruik materialen uit gesloopte panden: bakstenen, wanden, dakplaten, isolatie, trappen, deuren, toiletpotten, cv-ketels, etc. Dit is goedkoper en bespaart grondstoffen. Vind leveranciers die hierin zijn gespecialiseerd op www.kringloopbouwmaterialen.nl.

Gebruik secundaire grondstoffen.

Grote milieuwinst geeft het gebruik van:

  • puingranulaat i.p.v. grind in beton;
  • hoogoven- en vliegascement i.p.v. portlandcement;
  • geveldelen van gebonden reststoffen i.p.v. bijvoorbeeld bakstenen.

Kies voor demontabele/ recyclebare componenten.

Voorbeelden zijn een hout- of staalskelet en ‘losliggende’ dakbedekking en schuimstrips in plaats van PUR-schuim. Dit heeft grote voordelen bij de sloop van het pand en het voorkomen van verontreiniging in her te gebruiken materialen. Streef naar een ‘schuim- en kitarme’ detaillering. Dat bevordert het hergebruik en draagt ook bij aan minder milieubelastende emissies.

Minder milieubelastende materialen

Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en niet-schaarse grondstoffen voorkomt uitputting van grondstoffen. Daarnaast zijn voor veel producten en materialen milieuvriendelijker en gezondere alternatieven verkrijgbaar.

Vraag naar betere materialen.

Hierbij kan zowel recycleerbaarheid, levensduur (denk ook aan vroegtijdige verkleuring) als de milieubelasting bij de productie van het materiaal een rol spelen. Vraag uw architect aan te geven wat beschikbare milieuvriendelijker alternatieven zijn. Er zijn meerdere keurmerken over duurzaamheid van materialen: onder andere: www.dubokeur.nl, cradle to cradle (zie ook de bibliotheek van het C2C-centre), Natureplus® en Greenworks. Uw architect zal voor de milieuprestatieberekening van uw gebouw gebruik maken van data uit levenscyclusanalyses (LCA’s); die data zijn soms openbaar toegankelijk, maar zonder rekentools lastig te interpreteren.

Gebruik hernieuwbare grondstoffen.

Denk aan hout, leem, riet, papier, vlas, wol en andere stoffen die hernieuwbaar zijn. Of materialen met biomassa als grondstof (bio-based). Met name in de constructie en in geveldelen vermindert dit de milieubelasting aanzienlijk.

Gebruik niet-schaarse grondstoffen.

Dit kan onder andere door het gebruik van fijner zand in plaats van regulier betonzand.

Gebruik hout dat niet harder is dan nodig en afkomstig is uit duurzaam beheerd bos.

Gebruik geen hardhout als grenen of vuren ook volstaat. Kies hout met het FSC-keurmerk of een ander door TPAC goedgekeurd keurmerk, zoals PEFC Duitsland en PEFC Finland.

Gebruik geen verduurzamingsmiddelen of lak als dit niet nodig is.

Voorbeelden:

  • Gebakken ‘zacht’ hout kan op veel plekken hardhout vervangen.
  • Metaal zonder coating. Als een coating wel nodig is, gebruik dan zo mogelijk poedercoating. Dit heeft een kleinere milieubelasting dan natlakken.
  • Onbehandeld beton hoeft niet iedere tien jaar geschilderd te worden.

Gebruik emissiearme materialen en producten.

Juiste materiaalkeuze draagt bij aan een goed binnenklimaat, wat weer de productiviteit verhoogt en het ziekteverzuim vermindert. Goed ventileren helpt ook, maar is de eerste maanden na de (ver)bouw onvoldoende om comfortabele concentraties van bijvoorbeeld vluchtige organische stoffen (VOS) te krijgen. Kies emissiearme materialen. Denk aan:

  • producten zonder (H)CFK’s,
  • oplosmiddelvrije muurverf,
  • ro- of natuurgips, kalk of leem voor pleisterwerk,
  • rogips(vezel)plaat of spaanplaat met beperkte fomaldehyde-emissie,
  • oplosmiddelvrije tegellijm.

Vraag naar producten waarvan de kringloop gesloten wordt.

Kies producten met hergebruikgarantie. De fabrikant garandeert dat zijn product na de gebruiksfase via een inzamelsysteem wordt hergebruikt. Hergebruik kan alleen worden gegarandeerd als een inzamelsysteem in opgezet en functioneert.